Breedplaatvloeren

In mei stortte een Eindhovense parkeergarage in, waarschijnlijk vanwege een verkeerde toepassing van de vloeren die hiervoor zijn gebruikt. De minister wil daarom dat alle vergelijkbare vloeren in ons land worden gecontroleerd. Alle gemeenten moeten eigenaren van gebouwen vragen te onderzoeken of hun pand ook zo’n vloer heeft en of dat kan leiden tot onveilige situaties. Als de veiligheid in het geding is, dan moet de eigenaar maatregelen nemen.

Het gaat om zogeheten breedplaatvloeren. De vloeren bestaan uit betonplaten die in een fabriek worden gemaakt en die, op de bouwplaats zelf, van een tweede laag beton worden voorzien. De platen hebben een wapening (versterking in het beton) die bij plaatsing van de eerste laag zichtbaar is aan de bovenkant. Ze zijn minimaal 2,40 meter breed en dus breder dan de bekende kanaalplaatvloeren. Dié zijn vaak 1,20 meter breed en te herkennen aan de holle kanalen die aan de uiteinden zichtbaar zijn. Deze vloeren krijgen op de bouwplaats alleen nog maar een dunne afdeklaag.

Zijn alle breedplaatvloeren gevaarlijk?

Nee, het gaat om breedplaatvloeren die na 1999 zijn gefabriceerd en waarbij gebruik is gemaakt van zogeheten zelfverdichtend beton. Als de bovenkant van de platen niet is opgeruwd voordat de tweede laag beton is gestort, dan bestaat de kans dat hechting tussen de twee delen niet voldoende is en de vloer daardoor niet sterk genoeg is. Dit risico wordt nog groter als ook nog eens sprake is van grote overspanningen en kolommen als ondersteuning.

Welke gebouwen zijn verdacht?

De breedplaatvloeren in combinatie met kolommen zijn de afgelopen jaren vooral gebruikt in de utiliteitsbouw. Denk daarbij aan grote gebouwen met meerdere bouwlagen, zoals parkeergarages, grote bedrijfspanden, winkels en scholen. Die vloeren moeten dan ook onderzocht worden. Woningen, woongebouwen en agrarische bedrijfsgebouwen vallen vanwege de constructie en vaak geringe overspanningen buiten de risicogroep.

Wat moet u doen?

Gebouwen moeten voldoen aan het Bouwbesluit 2012. De gemeente roept gebouweigenaren dan ook op om te onderzoeken of er in hun gebouw dergelijke vloeren zijn toegepast en te bepalen of er sprake is van een mogelijk veiligheidsrisico. Het rijk biedt hiervoor een stappenplan. Als er sprake is van een urgent veiligheidsrisico, dan moeten eigenaren dit zo snel mogelijk bij de gemeente melden zodat er in overleg passende maatregelen kunnen worden getroffen. Ook de gemeente is gestart met het controleren van de vloeren in haar eigen gebouwen.

Informatie

De verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de vloer ligt dus bij de gebouweigenaar. De gemeente informeert over de risico’s en helpt waar mogelijk. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het beschikbaar stellen van bouwdossiers als u daar zelf niet meer over beschikt. U kunt voor vragen terecht bij de helpdesk bouwregelgeving van de rijksoverheid, maar u kunt ook contact opnemen met Hans Bielevelt van de gemeente Haaksbergen. Dat kan via gemeente@haaksbergen.nl of (053) 573 45 67.


Documenten


 Ook de gemeente is gestart met het controleren van de vloeren in haar eigen gebouwen.

Contactgegevens

Blankenburgerstraat 28,
7481 EB Haaksbergen
Telefoon: (053) 573 45 67
gemeente@haaksbergen.nl