Een dankbaar briljanten bruidspaar
De klik die ze voelen bij hun allereerste dans blijkt de voorbode van een lang en gelukkig huwelijk. Op 25 mei waren Gerrie (91) en Truus (88) van Os-Asschert 65 jaar getrouwd. Met Gerard van den Hengel kijken ze terug, terwijl ze smullen van een taartje. Over werken, de teloorgang van de textiel, onvergetelijke NIVON-vakanties, gezond ouder worden, wonen in Haaksbergen en nog véél meer.
Zij is geboren en getogen in Eibergen, hij is een échte Veldmater. Hun eerste dans is op het Vastenavondbal anno 1960, bij café Kuppers in Rietmolen. De klik van toen is er nog steeds. Feilloos hoe ze elkaar aanvoelen. “Zó vertrouwd. Wat de één denkt, doet de ander al vaak”, vertelt de bruidegom
Blij met elk kamertje
Al gauw beseft Truus dat Gerries jeugd tegenslagen kent. De oorlog, het overlijden van zijn vader in 1944 en het ouderlijk huis dat twee jaar later afbrandt. ‘Hém ga ik gelukkig maken!’ is dan ook haar vaste voornemen. Als bij huize Van Os verhuurde woonruimte vrijkomt, legt Gerries moeder het verliefde stel een vraag voor, aanvoelend dat het wel goed zit tussen die twee: ‘ Willen jullie niet trouwen?’. “Best snel, ja. Maar ook toen was er woningnood. Je was blij met elk kamertje dat je kon krijgen”, legt Truus uit. Ze zeggen dus ‘ja’, eerst tegen (schoon)moeder. En op 25 mei 1961 ook tegen elkaar.
Emotioneel
Stefan, zo noemen ze hun eerste zoon, zijn wieg staat aan de Geukerdijk. Met de kinderwagen gaat Truus te voet naar Eibergen om haar ouders te bezoeken. “Zwaar drukken? Juist makkelijk, alsof je achter een rollator loopt”, weet ze uit ervaring. Als dat zo uit komt met Gerries ploegendienst, hij werkt bij textielfabriek Molkenboer-ten Hoopen, fietst hij haar ’s middags tegemoet. “Dan ging Truus bij me achterop zitten en trokken we de kinderwagen mee naar Haaksbergen. Ha, ha!” Na de geboorte van Peter, hun tweede, is het tijd voor meer ruimte. Aan de Havikstraat wordt met dochter Jacqueline het gezin compleet. Inmiddels zijn er vier kleinkinderen. En afgelopen maart kunnen ze hun eerste achterkleinkind in de armen sluiten. “Dat was heel emotioneel voor ons, dat we dit geluk nog sámen mogen beleven.” Trots laten ze Gerard van den Hengel een foto zien waarop de vier generaties ‘meiden’ zijn vereeuwigd.
Koken
Dat Gerrie in ploegen werkt, geeft Truus ruimte voor een baan buitenshuis. Dolblij is ze als ze in 1980 als voedingsassistente aan de slag kan bij het dan gloednieuwe verpleeghuis Het Wiedenbroek. Hun werktijden stemmen ze af, zodat er altijd iemand thuis is voor de kinderen én een gezonde warme maaltijd regelt. Gerrie kan koken dus: “Ja, ik zorgde dat het eten zover klaar was als Truus thuis kwam. Maar zij maakte het altijd áf, want ze kan uitstekend koken.” “O, vandaar dat u beide zo vitaal bent!”, grapt Van den Hengel. Ondanks wat inleveren geniet het briljanten bruidspaar volop van het leven. “Met enige moeite kun je er iets moois van maken. Maar je moet wel een beetje geluk hebben. En dat hebben we gehad!”