Zestig jaar getrouwd
Vanaf het dak van een woning-in-aanbouw fluit de jonge timmerman haar na als ze voorbijfietst. Zij kijkt omhoog en zwaait. “Ja, zo is het écht begonnen tussen ons!” verzekeren Willy te Lintelo (van Timmer-Hendrik) en Ria Dijkhuis (van Huttert). Op 17 augustus 1966 steekt hun huwelijksbootje van wal. Op bezoek bij het diamanten bruidspaar op hun trouwdag, burgemeester Gerard van den Hengel doet dit met plezier.
“Een meisje nafluiten, eigenlijk is dat grensoverschrijdend gedrag”, verontschuldigt de 82-jarige bruidegom zich. “Maar nu moet je zestig jaar later eens zien wat voor moois dit heeft opgeleverd.” “Ach, dat is verjaard!”, stelt de burgemeester hem gerust.
De bruiloft
Het is tropisch als ze trouwen. Negen uur in het gemeentehuis, half tien in de Pancratiuskerk. Daarna een ontbijt in de pastorie én de mis afrekenen bij meneer pastoor: negentig gulden. “We hadden een bruidsmeisje, een nichtje van mij. Een verrassing voor ons, geregeld door mijn moeder”, vertelt de 82-jarige bruid. In feestzaal De Bron brengt de Haaksbergse Harmonie, waar zij klarinettist is, het jonge paar een serenade. Dat ontketent een lange polonaise over de Hibbertsstraat en het Meuke. Een survival voor Ria die voor het eerst op pumps staat…
Telefooncel
Vier kinderen krijgen ze samen: Carla, André, Frank en José. Ze wonen aan de Emanuel de Wittestraat als de geboorte van Andre nadert. Ria vraagt haar man om juffrouw Bennink, de plaatselijke verloskundige, te bellen. “Telefoon hadden we niet, dus snel op de fiets naar de telefooncel een paar straten verderop. Staat daar een vrouw te bellen, ze ging maar door met praten. Ik had het niet meer”, bekent Willy. Ze vertellen over vakanties in het Zwarte Woud. Met hun viertal samengedrukt op de achterbank van de Opel Kadett, de resterende ruimte volgepropt met bagage. Inmiddels zijn ze trotse opa en oma van tien kleinkinderen. “En begin januari is ons eerste achterkleinkind geboren!”
Reuring
In het verleden heeft Willy heel wat vrijwilligerswerk verricht bij ‘zijn’ HSC. “Bij thuiswedstrijden sta ik nog langs de lijn”, meldt hij. Hobby heeft hij ook aan zijn zangkanaries. Voor Ria, in haar jonge jaren gordijnennaaister bij meubelzaak Veldhuis, is handwerken een geliefde bezigheid. Kleding maken voor de kinderen, borduren. En jarenlang zingt ze in het Pancratiuskoor. Hoe vermaakt ze zich nu dit niet meer gaat? “Met mi-j!”, grapt Willy die als vanouds op de praatstoel zit. Verder puzzelt zijn vrouw graag. Ze wordt blij van volk-over-de-vloer, want nog altijd is huize Te Lintelo een zoete inval. En ze geniet van het wekelijkse uitje-met-lunch met een bevriend stel.
Tot over vijf jaar
Ze spreken af dat Van den Hengel over vijf jaar weer op de stoep staat bij het dan briljanten bruidspaar. “Doar hoal ik oe an!”, waarschuwt de bruidegom. En dan te bedenken dat hij als dreumes aan de dood is ontsnapt. Het gezin waar hij opgroeit woont aan de Buurserstraat, vlakbij de Brink. De plek waar het bombardement op 24 maart 1945 veel slachtoffers maakt. Van den Hengel is één en al oor als Willy schetst hoe hij alleen achterblijft in de box, terwijl iedereen in paniek de kelder in vlucht. “Om mij heen was alles bezaaid met glas, maar ik had geen schrammetje…”